Ons standpunt op de nieuwe wet op de pleziervaart + toelichting vindt u op deze pagina!

Eerdere standpunten van de federatie:

  1. Uitrusting lijst

Enkel Epirb wordt aanvaard, PLB niet aanvaard

WWSV stelt dat zowel een Epirb als een PLB volwaardige noodbakens zijn die via het satelliet Cospas/Sarsat systeem de Rescue diensten van een noodsituatie verwittigen.
 

  1. Examenvragen – Standpunt van de Federatie

 
WWSV wenst betrokken te worden bij de controle en validering van de examenvragen ter voorkoming van vragen die hoofdzakelijk peilen naar de geheugencapaciteit en van vragen die niet (meer) in lijn zijn met de praktijk.
WWSV is voorstander van het publiek maken van de examenvragen. De pleziervaarder heeft geen baat bij nutteloze geheimdoenerij.
We opteren voor een partieel “open boek” examen waardoor onderscheid kan gemaakt worden tussen het toetsen van de “parate kennis”, “ te vinden-kennis” en “goed om te weten-kennis”.

 

  1. Representatieve organisaties

Om een wildgroei aan representatieve organisaties, die veelal over zeer weinig draagkracht beschikken en eerder uitgaan van particuliere initiatieven te beperken vraagt WWSV om enkel erkende federaties als representatieve organisatie te erkennen.
 

Documentatie
Klik hier voor een overzicht van de knelpunten opgesomt door FOD mobiliteit (PDF, 234.41 KB) en de voorgestelde oplossingen. Voor hen die dieper willen graven, hieronder de ontwerpteksten van het Federaal Overlegplatform Pleziervaart:

Klik hier om naar de website van Mobilit te gaan.


Vergunningen Pleziervaart

Regels van toepassing op de Belgische Waterwegen
Op de scheepvaartwegen van het Koninkrijk:

K.B. van 15.10.1935 - Algemeen Reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk.

Op de binnenwateren van het Koninkrijk:
K.B. van 24.09.2006 - Algemeen Politie Reglement voor de scheepvaart op de binnenwateren.

Op de Belgische territoriale zee, kusthavens en stranden:
K.B. van 04.08.1981 houdende politie- en scheepvaartreglement voor de Belgische territoriale zee, de havens en de stranden van de Belgische kust

Op het kanaal Gent-Terneuzen:
K.B. van 23 september 1992 houdende scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen

Op de beneden-Zeeschelde:
K.B. van 23 september 1992 houdende politiereglement van de Beneden-Zeeschelde
K.B. van 23 september 1992 houdende scheepvaartreglement voor de Beneden-Zeeschelde

Op het kanaal Brussel-Schelde:
K.B. van 18 augustus 1975 houdende het reglement van politie en scheepvaart voor het Kanaal van Brussel naar de Rupel en voor de Haven van Brussel

Op de gemeenschappelijke Maas:
Overeenkomst van 6 januari 1993 tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden tot regeling van het scheepvaartverkeer en van de recreatie op de gemeenschappelijke Maas

Op andere scheepvaartwegen:
Koninklijk besluit van 7 september 1950 houdende bijzondere reglementen van sommige scheepvaartwegen

Overige wetgeving mogelijks van toepassing:
Internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee 


 
Wijzigingen aan examens yachtman en yachtnavigator
In heb Belgisch Staatsblad van 01/12/2014 verscheen het Koninklijk besluit van 4 november 2014 tot wijziging van verschillende koninklijke besluiten betreffende scheepvaartveiligheid
2014-11-04 kb wijziging verschillende kb scheepvaartveiligheid »
15.03.1966: K.B. betreffende de vlaggenbrieven en de uitrusting van de pleziervaartuigen.
Klik hier voor het K.B betreffende de uitrusting van de pleziervaartuigen (K.B.15.03.1966) en de vlaggenbrieven (M.B. van 08.05.1991).
Klik hier voor meer uitleg ivm de vlaggenbrieven

Zeewateren: Uitrusting verplicht aan boord van pleziervaartuigen
Reddingsmiddelen
:
- een reddingsgordel voor iedere opvarende
- een lichtgevende reddingsboei indien het vaartuig nachtelijke tochten onderneemt
- afdoende noodseinen, waaronder vuurpeilen

Nautische Instrumenten:
magnetisch kompas, navigatielichten, misthoorn en dieplood

Uitrustingsmaterieel:
anker, hamer, bootshaak, pomp of hoosvast, electrische lamp geschikt voor het geven van lichtsignalen, voldoende aantal roeispanen met dollen, 20 meter tros, blusapparaat voor de motorjachten en volledig stel zeilen voor de zeiljachten
Heel- en verbandmiddelen:
waterdichte doos inhoudende het nodige verband en andere gewone farmaceutische producten.
Overige:
- een jaarlijks getijenboekje dat geldig is in de gebieden waar het vaartuig vaart;
- een bijgewerkte zeekaart van de gebieden waar het vaartuig vaart;
- een exemplaar van de Belgische politie- en scheepvaartreglementen en het Internationaal Aanvaringsreglement (verkrijgbaar: Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart, City Atrium, Vooruitgangstraat 56, 1210 Brussel, Tel 02/277.31.11 en bij Dienst Scheepvaartcontrole, Natiënkaai 5, 8400 Oostende Tel 059/50.09.25 en Dienst Scheepvaartcontrole, Olijftakstraat 7-17, 2060 Antwerpen Tel 03/220.74.28).
- een exemplaar van de scheepvaartreglementen die in de door het vaartuig bezochte gebieden gelden.- Op het achterschip van de pleziervaartuigen in het bezit van een vlaggebrief moet in duidelijk te onderscheiden letters de naam en de thuishaven van het vaartuig worden aangebracht.

Zeewateren: Uitrusting voor kano's, kajaks en dergelijke kleine pleziervaartuigen
Meertouw van ten minste 10 meter lengte
Opblaasbare reddingsboei of opblaasbare kussens
Opblaasbare puntluchtzakken voor en achter als het vouwboten betreft
Scheepvaartreglementen
Reservepaddel als het éénzitters betreft
Kleine misthoorn of dubbele toonfluit
Enterhaakje
Belgische kust: Uitrusting Plankzeilen
Moeten een isotherm pak in goede staat dragen en twee waterdicht verpakte handstakellichten (noodsignalen, vuurpijlen) bij zich hebben.
De zeilplanken moeten voorzien zijn van een bevestigingssysteem van de mast aan de plank.
Binnenwateren: Uitrusting Pleziervaartuigen
Eén of meer pagaaien of roeispanen.
Voor iedere persoon, binnen handbereik, hetzij een reddingsgordel, een reddingskussen of een reddingsvest.
Touw van 30 meter.
Eén of meer meertouwen van 10 meter.
Anker of dreg.
Hoosvat of handpomp.
Misthoorn of toeter.
Goedgekeurde poederblusser voor de boten voorzien van een motor.


28.03.2001 K.B. inzake speeltoestellen en speelterreinen
Heel wat watersportclubs beschikken over speelterreinen en/of speeltoestellen.
Een speelterrein is elke speeltuin, elk speelplein, elke speelplaats waar minstens één speeltoestel aanwezig is dat door kinderen of jongeren collectief gebruikt wordt om te spelen. De uitbater van het speelterrein is verantwoordelijk voor de veiligheid en het onderhoud van de installaties en het terrein. Als ouder of begeleider blijft men natuurlijk wel verantwoordelijk voor het gedrag van zijn kinderen.
Verplichtingen voor de uitbaters van speelterreinen
Als uitbater is men verantwoordelijk voor de veiligheid van de speeltoestellen en -terreinen.
Een speelterrein mag slechts uitgebaat worden als aan de algemene veiligheidsverplichtingen voldaan is. Hiervoor moeten volgende stappen doorlopen worden:- uitvoeren van een risicoanalyse
- opstellen van preventiemaatregelen
- toepassen van deze preventiemaatregelen tijdens de opstelling en de uitbating van - het speelterrein
- opstellen van een inspectie- en onderhoudsschema: 
  - regelmatig nazicht: dagelijks of wekelijks,
  - onderhoudswerkzaamheden: maandelijks of tweemaandelijks,
  - periodieke controles: jaarlijks.

Volgende inlichtingen moeten door de uitbater duidelijk aangegeven worden en leesbaar zijn:
de naam en contactgegevens van de uitbater, een unieke alfanumerieke identificatie voor elk speeltoestel (per speelterrein), een algemeen reglement en eventuele waarschuwingen in de talen van het taalgebied van het speelterrein of onder vorm van duidelijke en ondubbelzinnige iconen.
Onthoud dat bordjes met waarschuwingen zoals "gebruik op eigen risico" (of gelijkaardige vermeldingen) niet toegelaten zijn.
Door het bijhouden van een logboek kan men als uitbater op een efficiënte manier aantonen dat de verplichtingen van de reglementering gevolgd werden.
De algemene veiligheidsvoorschriften voor speelterreinen en speeltoestellen staan in de wet van 9 februari 1994 betreffende de veiligheid van producten en diensten.
De specifieke eisen voor speeltoestellen en voor het uitbaten van speelterreinen werden verder uitgewerkt in volgende koninklijke besluiten:
het koninklijk besluit van 28 maart 2001 betreffende de veiligheid van speeltoestellen, en
het koninklijk besluit van 28 maart 2001 betreffende de uitbating van speelterreinen.


27.12.2004: Programmawet inzake diesel voor pleziervaartuigen
Uittreksel uit de programmawet van 27 december 2004 inzake diesel voor pleziervaartuigen
In de media circuleren nogal wat berichten betreffende de diesel voor pleziervaartuigen. Wij verwijzen hier naar een uittreksel uit de programmawet van 27.12.2004, waarin de bedoelde vrijstelling is opgenomen (art. 429, §1, g) en §2, g), en waarbij op het einde van dit artikel vermeld staat dat de vrijstelling geldt tot 31.12.2006. Via deze link vindt u alle informatie die we hierover verzameld hebben. Met dank aan BDO voor hun efficiëntie en geleverde werk.
23.02.2005: K.B. Geluids- en uitlaatemissies voor pleziervaartuigen
Koninklijk besluit houdende vaststelling van essentiële veiligheidseisen en van essentiële eisen in verband met de geluids- en uitlaatemissies voor pleziervaartuigen.
13.12.2005: K.B. tot het verbieden van roken in openbare plaatsen + wijziging 06.07.2006
Het rookverbod dat op 1 januari 2006 van kracht is gegaan heeft ook z'n gevolgen voor alle sportclubs. Lees hier de korte samenvatting en praktische richtlijnen, hier vindt u het volledige KB betreft het rookverbod voor alle openbare plaatsen & sportclubs.
24.05.2006: K.B. Vaarbevoegdheidsbewijzen voor zeevarenden
KB inzake vaarbevoegdheidsbewijzen voor zeevarenden
KB 21/02/2011: tot wijziging KB 15 maart 1966 en 04 augustus 1981 inzake plankzeilen en plankvliegeren
Klik hier voor het KB tot wijziging van het KB van 15 maart 1966 betreffende de vlaggenbrieven en de uitrusting van de pleziervaartuigen en van het koninklijk besluit van 04 augustus 1981 houdende politie- en scheepvaartreglement voor de Belgische territoriale zee, de havens en de stranden van de belgische kust (Publicatie 08/03/2011)
 
30.05.2011: KB ICC
Klik hier voor het Koninklijk besluit betreffende het internationaal certificaat voor de bestuurder van een pleziervaartuig en tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 juni 1993 betreffende het stuurbrevet vereist voor het bevaren van de scheepvaartwegen van het Rijk met betrekking tot zekere categorieën van pleziervaartuigen (Publicatie 10/06/2011)
16.01.2013: Wet houdende diverse maatregelen betreffende de strijd tegen maritieme piraterij
Op 16 januari is er in het Belgisch Staatsblad een wet verschenen houdende de diverse maatregelen betreffende de strijd tegen maritieme piraterij. 
04.05.2014: K.B. Wijziging wetgeving pleziervaartuigen op de binnenwateren (dus ook kustjachthavens, kanaal Gent-Terneuzen, Beneden Zeeschelde, Gemeenschappelijke Maas,zeekanaal Brussel-Rupel)
Op 4 april 2014 werd een koninklijk besluit ondertekend waarbij er wijzigingen worden aangebracht aan de wetgeving voor pleziervaartuigen op de binnenwateren. De voornaamste wijzigingen van dit besluit, dat in werking treedt op 1 mei 2014, zijn:

1. Immatriculatie is enkel nog verplicht voor kleine pleziervaartuigen (L<20m)
2. De lijst met uitzonderingen voor immatriculatie
3. Vaartuigen in bezit van een immatriculatieplaat blijven in regel voor zover de eigendom niet wijzigt. 
4. Enkel grote pleziervaartuigen (L≥20m) moeten nog worden gemeten
5. Wijziging in het toepassingsgebied van het gewijzigde Algemeen Politiereglement voor de Scheepvaart op de Binnenwateren (Zie immatriculatie voor Beneden Zeeschelde, Haven van Gent, Gent, Terneuzen, Zeebrugge-Brugge,Oostende-Brugge)
6. Watersporters op de binnenwateren, in de havens en op de stranden van de kust kunnen zich aan alcohol- en drugcontroles verwachten. Het vernieuwde Algemeen Politiereglement voor de Scheepvaart op de Binnenwateren (APSB) maakt die controles voortaan mogelijk.
Het APSB vermeldde al een verbod op dronkenschap, maar het vernieuwde reglement bepaalt nu ook op welke manier de politie controles kan uitoefenen. De controles zullen op dezelfde manier gebeuren als in het wegverkeer. Ook de straffen zullen gelijkaardig zijn aan die op de weg, al zal dat ook
afhangen van de beoordeling van het parket.

Dit is het tweede besluit in een reeks van 3 die tot doel hebben de registratie van alle pleziervaartuigen in België te moderniseren. Hou de rubrieken op de website FOD met betrekking tot registratie van pleziervaartuigen in het oog. Van zodra nieuwe informatie ter beschikking is zal deze daar worden gepubliceerd. (Volg de link naar pleziervaart, vaartuig en dan bij immatriculatie en vlaggenbrief).
Een nieuwe versie van het vademecum voor de pleziervaart is eveneens ter beschikking op deze link.
Het KB kunt u hier in 3 delen vinden:
Deel 1
Deel 2
Deel 3
 
 


17.02.2014: KB inzake grensoverschrijdend verkeer van liquide middelen.
Op 17 februari 2014 werd een nieuw Koninklijk Besluit "houdende maatregelen ter controle van het grensoverschrijdend verkeer van liquide middelen" gepubliceerd. Er is ook de omzendbrief DMGC 00.001.909 van 1 april 2014 die de toepassing van het KB regelt in afwachting van een nieuwe instructie.
Onder liquide middelen dient te worden verstaan: contant geld en verhandelbare documenten aan toonder met uitsluiting van bankbiljetten en muntstukken, die enkel een verzamelwaarde hebben, alsmede edelstenen en kostbare metalen). 
Dit KB kan gevolgen hebben voor de Vlaamse kustjachthavens, meer bepaald voor de pleziervaartuigen die vanuit België vertrekken naar een land buiten de E.U (bv. Noorwegen) of omgekeerd.
Reizigers die met een bedrag van 10.000 € of meer de Europese Unie wensen binnen te komen of te verlaten via België, moeten dit aangeven bij de douane in de laatste lidstaat waar de Unie verlaten wordt of de eerste lidstaat waar binnengekomen wordt. Vb. Oostende - Kiel - Bergen (Noorwegen): de aangifte moet in Kiel worden ingediend.
Intracommunautair bestaat slechts een aangifteplicht als de reiziger bij een grensoverschrijdende beweging door een controlerende autoriteit wordt gevraagd of hij een dergelijk bedrag in liquide middelen bij heeft. Een jacht dat tussen het Verenigd Koninkrijk en België vaart kan (los van praktische oogpunten) gevraagd worden naar het bezit van cash. De opvarenden zijn op dat moment verplicht om de aangifte in te vullen (kb 26 januari 2014)
4-9-2014 : Nieuwe STCW certificaten voor commerciële pleziervaart.
Dhr. Marc Broucke, adviseur-generaal bij FOD Mobiliteit, deelt ons mede dat er op 4 september 2014 een nieuw besluit verschenen is "Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 mei 2006 inzake vaarbevoegdheidsbewijzen voor zeevarenden en tot wijziging van het koninklijk besluit van 1973 houdende zeevaartinspectiereglement".
In dit besluit worden 2 nieuwe STCW certificaten voor commerciële pleziervaart ingevoerd:

Voorschrift VII/14: Verplichte minimumeisen inzake vaarbevoegdheidsverlening voor officieren belast met de brugwacht op commerciële pleziervaartuigen met een lengte over alles tussen 2,5 en 24 meter of met een brutotonnenmaat van minder dan 200 die worden gebruikt voor reizen binnen 30 zeemijl uit een kust:
1. Iedere officier belast met de brugwacht op een commercieel pleziervaartuig met een lengte over alles tussen 2,5 en 24 meter of met een brutotonnenmaat van minder dan 200 dat wordt gebruikt voor reizen binnen 30 zeemijl uit een kust is in het bezit van een passend vaarbevoegdheidsbewijs.
2. Ieder die een passend vaarbevoegdheidsbewijs overeenkomstig punt 1 wenst te verkrijgen, moet:
2.1. niet jonger zijn dan 18 jaar;
2.2. een goedgekeurde diensttijd aan dek van ten minste 1 jaar hebben voltooid na de leeftijd van 16 jaar;
2.3. voldoen aan de geldende eisen van de voorschriften van hoofdstuk IV, voor zover van toepassing, om radiowerkzaamheden te verrichten in overeenstemming met het radioreglement;
2.4. een goedgekeurde studie en opleiding hebben voltooid en voldoen aan de bekwaamheidsnormen van sectie A-II/3 van de STCW-code voor officieren belast met brugwacht op zeeschepen met een brutotonnenmaat van minder dan 500 met uitzondering van de bekwaamheidsnormen vermeld in de tabel onder de titel "Functie: Behandelen en stuwen van lading op operationeel niveau" van sectie A-II/3 van de STCW-code; met dien verstande dat de vereisten bedoeld in kolom 2 van tabel A-II/3 van sectie A-II/3 van de STCW-code slechts van toepassing zijn in zoverre ze relevant zijn voor een commercieel pleziervaartuig met een lengte over alles tussen 2,5 en 24 meter of met een brutotonnenmaat van minder dan 200 dat wordt gebruikt voor reizen binnen 30 zeemijl uit een kust en rekening houdend met de veiligheid van alle zeeschepen die zich in dezelfde wateren kunnen bevinden;
2.5. een goedgekeurde praktische proef hebben afgelegd waarmee in de praktijk wordt aangetoond dat aan de bekwaamheidsnormen vermeld in punt 2.4 werd voldaan.
Voorschrift VII/15: Verplichte minimumeisen inzake vaarbevoegdheidsverlening voor kapiteins dienstdoende op commerciële pleziervaartuigen met een lengte over alles tussen 2,5 en 24 meter of met een brutotonnenmaat van minder dan 200 die worden gebruikt voor reizen binnen 30 zeemijl uit een kust:
1. Iedere kapitein dienst doen op een commercieel pleziervaartuig met een lengte over alles tussen 2,5 en 24 meter of met een brutotonnenmaat van minder dan 200 dat wordt gebruikt voor reizen binnen 30 zeemijl uit een kust is in het bezit van een passend vaarbevoegdheidsbewijs.
2. Ieder die een passend vaarbevoegdheidsbewijs overeenkomstig punt 1 wenst te verkrijgen, moet:
2.1. voldoen aan de eisen inzake vaarbevoegdheidsverlening voor een officier belast met de brugwacht zoals bepaald in VII/14, en in die hoedanigheid ten minste 12 maanden goedgekeurde diensttijd hebben behaald; en
2.2. een goedgekeurde studie en opleiding hebben voltooid en voldoen aan de bekwaamheidsnormen van sectie A-II/3 van de STCW-code voor kapiteins op zeeschepen met een brutotonnenmaat van minder dan 500 en aan de bekwaamheidsnormen van sectie A-V/2 van de STCW-code, met uitzondering van de bekwaamheidsnormen vermeld in de tabel onder de titel "Functie: Behandelen en stuwen van lading op operationeelniveau" van sectie A-II/3 van de STCW-code met dien verstande dat de vereisten bedoeld in kolom 2 van tabel A-II/3 van sectie A-II/3 van de STCW-code en de vereisten van sectie A-V/2van de STCW-code slechts van toepassing zijn in zoverre ze relevant zijn voor een commercieel pleziervaartuig met een lengte over alles tussen 2,5 en 24 meter of met een brutotonnenmaat van minder dan 200 dat wordt gebruikt voor reizen binnen 30 zeemijl uit een kust en rekening houdend met de veiligheid van alle zeeschepen die zich in dezelfde wateren kunnen bevinden.
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 mei 2006 inzake vaarbevoegdheidsbewijzen voor zeevarenden en tot wijziging van het koninklijk besluit van 1973 houdende zeevaartinspectiereglement.
 


Rode diesel
Wij vernemen van verschillende yachtclubs dat de douane bijzonder actief controles uitvoert naar rode diesel. 
Onder druk van de RYA besliste UK om nog verder rode diesel te verdelen en een factuur met BTW 40/60 te voorzien, 40% voor verwarming en boordenergie (afzonderlijke diesel) en 60% voor voortstuwing. Bij elke tankbeurt wordt door de pompist gevraagd indien je aan de 100% of voor de 40/60% btw regel wenst gefactureerd te worden. Goed zeemanschap vereist dat men voltankt vooraleer af te varen. In de UK jachthavens kan men enkel rode diesel tanken wat in België als een inbreuk geverbaliseerd wordt. Bijkomend wordt men verplicht binnen de kortste keren zijn tanks te laten kuisen en de brandstoffilters te laten vervangen.. een dure grap.
Deze situatie, waarbij de pleziervaarder voor zijn legaal gedrag bestraft wordt, is onaanvaardbaar en werd door WWSV in het Subteam der Kustjachthavens aangeklaagd.
Het Subteam kon rekenen op het begrip van Dhr. Cockuyt, Gewestelijk Directeur van Douane en Accijnzen, die inmiddels bij de hoofdadministratie een voorstel heeft ingediend:
a) bij vaststelling van aanwezigheid van rode diesel zou men niet meer overgaan
tot onmiddellijke inning van de boete
b) wel wordt een dossier opgemaakt waarbij redelijkheid zal getoond worden indien
de gezagvoerder het bewijs kan voorleggen dat hij in UK getankt heeft en een
factuur kan voorleggen volgens de 100% BTW regel
c) de federaties worden op de hoogte gehouden omtrent de genomen beslissingen
WWSV adviseert de pleziervaarder het volgende:
a) om in UK enkel te tanken mits factuur volgens de 100% btw regel 
b) de factuur bij te houden en de tankbeurt in het logboek in te schrijven 
c) nooit een onmiddellijke minnelijke schikking of boete te aanvaarden 
d) elke controle te willen meedelen via uw club aan de federatie.
De clubs werden verzocht om de controles van hun clubleden te willen verzamelen en deze dan gebundeld door te sturen naar het WWSV-secretariaat.
Meer informatie over deze problematiek kunt u verder vinden in dit document (Programmawet inzake diesel voor pleziervaartuigen).